Kleine Koos
Geschreven door Herman Wessel   
Sunday, 23 April 2006

Kleine Koos. 

Wellicht hebt u wel eens verhalen gehoord over een kleine man, een dwerg, die in het begin van de 20e eeuw in Coevorden woonde.  Deze man heeft veel betekend in de gemeenschap van Coevorden zijn naam was: Jacobus van Slooten, geboren te Assen op 23 mei 1852, zoon van Hendrik van Slooten en Ardamina Rikkers.
Zijn ouders hadden hem de roepnaam Koos gegeven.

 

Kleine Koos van Slooten

 

De kleine Jacobus was vernoemd naar zijn grootvader Jacob Sipke van Slooten. Koos zijn vader was officier bij het garnizoen dat in Coevorden gelegerd was, hij overleed op 11 mei 1856 als gepensioneerd officier toen Koos 4 jaar oud was. De familie woonde toen in de Bentheimerstraat 237.

Door de straatnamenveranderingen is het pand waar hij woonde , nu Markt 14. Thans is makelaarskantoor *** in dit pand gevestigd (voorheen sigarenmagazijn Kramer). De overlijdensaangifte werd gedaan door de toenmalige stadsbode H. van Engen.

In de volksmond van Coevorden stond Koos bekend als "Kleine Koos", die zich in zijn onderhoud voorzag door het verkopen van veters, drop en dergelijke artikelen. Hij hield er als het ware een kleine negotie op na.
Bovendien was hij "Postiljon d'Amour",  bracht brieven rond voor jong en oud. Voor elke brief, die hij bezorgde, ontving hij een paar centen. Soms had hij het druk en kwamen er veel centen binnen. Deze centen echter werden prompt omgezet in een borreltje. Maar Koos kende het verschil tussen gebruik en misbruik niet en in de meeste gevallen moest hij dan ook door zijn
naamgenoot en buurman Koos Geugies met de kruiwagen naar zijn kosthuis worden vervoerd.

Kleine Koos was in de kost bij de familie Nakken aan de Weeshuisstraat 9. Dit huis bevond zich waar nu de achteringang is van juwelier Stegeman. Iedere maandag was hij op de Markt te vinden en hielp de boeren met het in- en uitspannen van de paarden voor de boerenwagens. Met deze werkzaamheden wist hij altijd wel wat centen te vangen.

Hij had altijd een grote stok bij zich die groter was dan hij zelf. Maar als je het met hem aan de stok kreeg kon je er verzekerd van zijn dat je de stok voelde. Dan mepte hij er flink op los. Deze stok had nog een functie. Als hij soms een borrel kreeg aangeboden, werd deze borrel midden op de stamtafel gezet. Met zijn korte armen kon hij er niet bij en gebruikte dan de stok. Op een handige manier trok hij de borrel zo naar zich toe.

 

Kleine Koos
 



Op 16 oktober 1905 overleed Jacobus van Slooten en op de 18 oktober werd hij ten grave gedragen. De Coevorder Courant van 21 oktober 1905 wijdde een artikel aan deze kleine man.

Hier volgt de tekst van dit artikel onverkort:

Woensdagmorgen den lotingsdag*1* bewoog zich een kleine begrafenisstoet den Looschenweg op. Slechts enkele buren en een paar heeren, die wellicht uit hun jongensjaren wat aan de doode meenden goed te maken, volgden den baar. Die doode was Koos.

Zijn ijzersterk lichaam, dat tegen alle weersgesteldheid bestand was, dat steeds zonder nadelig gevolg de zoete nachtrust op een of andere stoep genoot, had het tenslotte na een pijnlijke doodstrijd moeten afleggen tegen de jenever. Op 53 jarige leeftijd ging hij op den gewichtigsten dags des jaars. Hij lootte steeds met allen zonder onderscheid mee den weg op waarop hij zoo honderden keren zijn onzekere schreden gezet had. Aan het graf van Koos werd niet gesproken, maar zeer velen in Coevorden hebben zeker nog wel in gedachten deze laatste tocht meegemaakt van de kleine figuur, onafscheidelijk verbonden aan onuitwisbare herinneringen uit hun jeugd.

Zijn asch ruste in vrede.


*1*Lotingsdag voor de Nationale Militie wil zeggen, dat wanneer er een jongeman zich voor de dienstplicht moest melden er vroeger om geloot werd. Dit gebeurde met lootjes (nummers) trekken, hetzij even of oneven nummers. Vooruit werd bepaald welke nummers dit waren

Gewijzigd op ( Friday, 8 September 2006 )